
En ineens voelde ik dat ik het weer deed.
Een valkuil, een oud patroon, een overlevingsmechanisme, een bescherming, het maakt niet uit hoe je het noemt, in ieder geval gedrag wat niet handig was.
Ik liep er helemaal in vast en wist ook even niet wat voor gedrag er tegenover te zetten. Dat had ik tenslotte nog nooit gedaan...
Het oude is bekend en vertrouwd, toch? En het gaat soms vanzelf, tot je een deksel op je neus krijgt.
Ik kreeg de volle laag. Intern ging die kritische stem ineens weer hard tekeer, dus alle gevoelens van ‘schaamte’, ‘schuld’ en ‘ik-doe-er-niet-toe’ waren volop aanwezig.
Meestal kan ik mezelf na een paar uurtjes wel weer naar het ‘nu’ halen, maar soms, als ik zelf overvraagt wordt door mensen om me heen, bepaalde situaties, herinneringen en een hormoonhuishouding dan loop ik ook gewoon een beetje vast.
En inmiddels weet ik, echt vastlopen doe je nooit, er is altijd ‘iets’ in beweging, maar het voelde wel even zo.
Na een paar deksels, hoog oplopende emoties, besloot ik naar de zee te rijden.
De enige die me zonder oordeel kent, mij helemaal kent en onvoorwaardelijk van me houdt, zelfs als ik heel stom doe, is mijn moeder. Op zulke dagen heb ik haar het hardste nodig, zij was de enige die me begreep, begreep waar ik vandaan kom, waarom ik doe zoals ik doe, reageer zoals ik reageer en daar heel liefdevol mee omging. Me ook rustig even weer op de rails zette, me aanmoedigde, precies wat ik zo mis….want als je mijn vorige blogs gelezen hebt, dan weet je dat mijn moeder vorig jaar na een kort ziekbed is overleden.
Dus, zo stapte ik in de auto om naar het strand en de zee te rijden. Ik had behoefte aan de zon, een beetje wind om alle gedachten even te laten waaien, een wandelingetje en wat ik altijd hoop, een teken of boodschap van mama zodat ik weer verder kan…
En wat er toen gebeurde, lieve lezer, was precies haar boodschap.
Op weg naar het strand, ik was al bijna bij de afslag, herinnerde ik me, en ik zag het op de borden, was er een hardloopevenement aan de gang, dus: halve stad afgesloten. Gelukkig ken ik de stad goed, dus ik besloot er helemaal omheen te rijden en via een andere weg de stad in te rijden. Was iets om maar goed te doen.
So far, so good, tot, omleiding. De weg richting het strand was afgesloten en ik kon de borden ‘B’ volgen. Zo gezegd, zo gedaan. De zon scheen, ik had geen haast, dus op m’n gemakje de omleidingsborden volgen.
En ja hoor, precies bij de kruising waar ik de route weer kon oppakken, zag ik al die hardlopers, hekken, verkeersregelaars in felgele pakken. Tuurlijk, de route van de lopers ging altijd over die weg die was afgesloten en nu liepen ze hier.
Dan nog maar een paar kruisingen verderop richting het strand rijden, geen probleem.
Hop, naar links, en daar stond het na een paar honderd meter vast. Kruipend de stad door.
En na een half uurtje kruipen twijfelde ik. Zal ik rechtsaf gaan, de stad weer uitrijden, of zal ik nog een stukje doorrijden en onderzoeken of ik daar nog bij de wijk van de strandopgang kan komen.
Ik besloot dat laatste. Ik zag de laatste loper rennen en erachteraan werden de hekken opgeruimd dus ik had goede hoop dat ik er alsnog kon komen.
Helaas te vroeg gejuicht, want de lopers kwam ik opnieuw tegen vlakbij de wijk waar de stand opgang was, en toen wist ik, ik ga bij het strand komen vandaag.
Dan maar de stad uit en weer naar huis…alsof het de bedoeling was, thuis, bij mezelf heb ik de antwoorden te vinden.
Dan de stad maar uit, maar ook dit bleek een hele klus, want de start en finish lag precies op de route waar ik de stad uit wilde rijden en dus moest ik weer omrijden en kruip-en sluip-door de stad uit, precies langs m’n moeders huis.
Nee, bij m’n moeder liggen de antwoorden niet meer. Het is wel m’n thuis, maar ik heb nu zelf een huis, bij mezelf…
Tranen stromen over m’n wangen: jemig, wat mis ik haar en wat heb ik haar nu nodig.
Ik rijd de stad uit, de weg die ik zo goed ken, de weg die ik tijdens haar ziekbed elke dag, en soms zelfs twee keer per dag, gereden heb.
Over de snelweg rijd ik naar huis, geen zin meer om nog ergens anders naar het strand te rijden, en overdenk de weg die ik ruim 2 uur gereden heb. Een weg vol omleidingen, vol geduld, ook blij mensen langs de kant, stilstaan, niet kunnen bereiken wat je wil bereiken, tenminste niet vandaag, en met een omweg, nog een omweg en nog een omweg, over de snelweg weer naar huis…
Het leven is net als een school, met een speeltuin. Het ene moment kan je lekker spelen en op avontuur gaan, het andere moment heb je veel te leren. En sommigen dingen zijn serieus moeilijk.
We waren ook niet allemaal goed in natuurkunde, wiskunde of frans, en sommigen van ons vonden school in z'n geheel moeilijk. Je leert allemaal op je eigen manier, op je eigen tempo en sommige dingen leer je nooit.
Dus liep ik nou echt vast? Zeker niet, ik kon alleen even niet de juiste weg vinden maar vandaag liet me zien dat terugkeren naar huis soms de enige juiste weg is.
Reactie plaatsen
Reacties